Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 februari 2016
Onder 4.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:419.
Met de Rechtbank is het Hof van oordeel, dat uit het rapport van het boekenonderzoek en het oordeel van de Rechtbank in zijn uitspraak van 6 april 2011 blijkt, dat het ten minste aan grove schuld van [A] te wijten is dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen. Hieruit volgt, dat de Ontvanger terecht de onder 2.7 vermelde melding van betalingsonmacht bij de onder 2.8 vermelde brief als niet rechtsgeldig heeft aangemerkt. Voor zover belanghebbende heeft willen betogen dat haarzelf geen opzet of grove schuld valt te verwijten, overweegt het Hof dat het hier gaat om opzet of grove schuld van het lichaam, [A] , en niet om opzet of grove schuld van belanghebbende zelf. Hierbij wordt het handelen of nalaten van [J] en/of het ingeschakelde belastingadviesbureau en/of anderen toegerekend aan [A] (Hoge Raad 8 augustus 2014, 12/05618, ECLI:HR:2014:2149).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0562e2d6260a41c7681d40ca38ff2e032a8a3d7a101cdfe1d0ffa922349714a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0562e2d6260a41c7681d40ca38ff2e032a8a3d7a101cdfe1d0ffa922349714a0, en de alinea staat in dat document op bytes 40452 tot 41402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0562e2d6260a41c7681d40ca38ff2e032a8a3d7a101cdfe1d0ffa922349714a0 | shasum -a 256