Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016

Onder 3.16. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4285.

Volgens de Stichting heeft die eerdere stuiting plaatsgehad door de brief van 2 maart 2005 (hiervoor geciteerd in rechtsoverweging 3.1 onder (g)). Daarover overweegt het hof als volgt. In de brief van 2 maart 2005 ontbreekt met betrekking tot de "mogelijke rechtsvorderingen" waarop de stuiting in die brief betrekking heeft de tussenzin "waaronder die wegens niet-nakoming van gedane toezeggingen", welke tussenzin wel voorkomt in de brief van 15 februari 2010. De Stichting heeft de tussenzin in de brief van februari 2010 kennelijk nodig althans nuttig geacht ter verduidelijking van welke rechtsvorderingen in de brief werden bedoeld. [geïntimeerde 1] c.s. heeft er naar het oordeel van het hof terecht op gewezen dat direct na de beursgang diverse procedures zijn aangespannen in verband met deze beursgang, en dat de "mogelijke rechtsvorderingen" waarover in de brief van februari 2005 wordt gesproken juist betrekking lijken te hebben op die andere procedures. Dat lijkt ook te worden bevestigd door het feit dat een brief van dezelfde inhoud is verzonden aan Sandoz, welk bedrijf eveneens een belangrijke rol speelde bij de beursgang. Tussen partijen is niet in geschil dat door Sandoz geen toezegging is gedaan met betrekking tot een aan [bestuurder WOL] te verlenen bonus. De door [geïntimeerde 1] toegezegde bonus is voorts slechts verleend aan [bestuurder WOL] en niet aan de vennootschappen Kalexer II N.V. en Brains International N.V., dus de verwijzing naar deze vennootschappen lijkt in relatie tot de gestelde toezegging aan (alleen) [bestuurder WOL] niet logisch, en lijkt voorshands de indruk te bevestigen dat de stuitingsbrief alleen betrekking heeft op de mogelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de in 2002 daadwerkelijk gevoerde procedures waarbij [bestuurder WOL] betrokken was. Dat de toezegging van [geïntimeerde 1] moet worden aangemerkt als een rechtsvordering naar aanleiding van en/of in verband met de beursgang van WOL is zonder nadere toelichting, die in die brief ontbreekt, niet zonder meer duidelijk. De enkele tekst van de brief bevat dan ook niet een voldoende duidelijke waarschuwing ter zake van de gestelde toezegging aan [bestuurder WOL] . Er is ook niet een zodanige samenhang tussen de vorderingen voortvloeiend uit de diverse kort na de beursgang gevoerde procedures en de vordering voortvloeiend uit de beweerde toezegging van [geïntimeerde 1] dat een waarschuwing aan [geïntimeerde 1] c.s. die betrekking heeft op de eerstgenoemde vorderingen tevens zal leiden tot het bewaren van gegevens en bewijsmateriaal inzake de beweerde toezegging van [geïntimeerde 1] . Het gaat ook niet om hetzelfde bewijsmateriaal. De gestelde toezegging staat immers los van de mogelijke onregelmatigheden bij de beursgang als in de in de procedures gevoerd in 2002 bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b062aeb3b5fb6ec9c78cad2f7ad287d707446617dd59674dc246a04bde0303c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b062aeb3b5fb6ec9c78cad2f7ad287d707446617dd59674dc246a04bde0303c, en de alinea staat in dat document op bytes 29814 tot 32715.