Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016
Onder 3.24. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4285.
Anders dan de Stichting in eerste aanleg heeft betoogd is met het door haar overleggen van deze e-mails en dit verslag van een deel van de vergadering van 21 februari 2000 het bewijs dat de door haar gestelde overeenkomst is gesloten niet (voorshands) geleverd. De Stichting heeft daartoe in eerste aanleg een beroep gedaan op (naar het hof begrijpt) artikel 156 en 157 Rv., en op de jurisprudentie over deze artikelen. Geen van de (niet-ondertekende) stukken kan echter worden aangemerkt als een akte als bedoeld in artikel 156 Rv (en/of 156a Rv). Noch de e-mails, noch het verslag voldoen aan de vereisten die daarvoor gelden. De jurisprudentie waarop de Stichting zich in dit verband heeft beroepen heeft betrekking op de vraag wie de valsheid van een geplaatste handtekening dient te bewijzen, en een dergelijke handtekening ontbreekt in beide gevallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b062aeb3b5fb6ec9c78cad2f7ad287d707446617dd59674dc246a04bde0303c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b062aeb3b5fb6ec9c78cad2f7ad287d707446617dd59674dc246a04bde0303c, en de alinea staat in dat document op bytes 46005 tot 46927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b062aeb3b5fb6ec9c78cad2f7ad287d707446617dd59674dc246a04bde0303c | shasum -a 256