Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016
Onder 3.7.8 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 september 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4294.
Het hof is van oordeel dat Rabobank na kennisneming van de faillissementsaanvrage op 11 maart 2010 goede grond had om te vrezen dat Odeon/Skias in haar verplichtingen jegens Rabobank als pandhouder zou tekortschieten. Dit betekent dat Rabobank op de grond van artikel 3:239 lid 3 BW bevoegd was van de verpanding mededeling te doen aan de betreffende debiteuren van Odeon/Skias. Het hof deelt voorts het standpunt van Rabobank (par. 354 memorie van antwoord Rabobank) dat zo Rabobank al tijdens de bespreking van 4 maart 2010 zou hebben toegezegd van de verpanding geen mededeling te doen, zij deze toezegging na kennisneming van de faillissementsaanvraag van Odeon/Skias op 11 maart 2010 niet langer gestand hoefde te doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a96ab59930bc25f5be4583edec996042ff7b8d39fac3e60d7d6a36451222698. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a96ab59930bc25f5be4583edec996042ff7b8d39fac3e60d7d6a36451222698, en de alinea staat in dat document op bytes 76542 tot 77280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a96ab59930bc25f5be4583edec996042ff7b8d39fac3e60d7d6a36451222698 | shasum -a 256