Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 oktober 2016
Onder 3.7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 oktober 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4559.
Voor de beantwoording van de vraag of iemand een zaak in bezit heeft genomen, is bepalend of hij de feitelijke macht over die zaak is gaan uitoefenen (artikel 3:113 lid 1 BW). Indien de zaak in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor inbezitneming onvoldoende (artikel 3:113 lid 2 BW). De machtsuitoefening moet derhalve zodanig zijn dat deze naar verkeersopvatting het bezit van de oorspronkelijke bezitter teniet doet (Parl. Gesch. Boek 3, p. 434). Het antwoord op de vraag of iemand de voor bezit vereiste feitelijke macht uitoefent wordt, evenals de vraag of hij voor zichzelf of voor een ander houdt, bepaald naar verkeersopvattingen en overigens op grond van uiterlijke feiten (artikel 3: 108 BW). De louter interne wil om als rechthebbende op te treden is derhalve voor het zijn van bezitter van geen betekenis. Alle omstandigheden van het geval, zoals bijvoorbeeld de aard en de bestemming van het goed waarom het gaat en de wijze waarop de bijzondere betrekking tot het goed is ontstaan, moeten in dat verband tegen elkaar worden afgewogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4105eeca843471d7eaddfc4bf2437c27a0e4eac2d78ede4312effa16e33ce0d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4105eeca843471d7eaddfc4bf2437c27a0e4eac2d78ede4312effa16e33ce0d1, en de alinea staat in dat document op bytes 14567 tot 15677.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4105eeca843471d7eaddfc4bf2437c27a0e4eac2d78ede4312effa16e33ce0d1 | shasum -a 256