Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 februari 2016
Onder 2.12.1 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:481.
Zoals in het tussenarrest van 4 juni 2013 in rechtsoverweging 4.2.5 met betrekking tot de aard van de PGV is overwogen, is een curator, zonder dat hij daartoe door de gezamenlijke crediteuren specifiek hoeft te worden gemachtigd, uitsluitend op grond van zijn taak in het faillissement gerechtigd om ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren een derde aan te spreken voor een door die derde jegens de gezamenlijke crediteuren van de failliet gepleegde onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Een dergelijke vordering strekt tot herstel van de verhaalsmogelijkheden van de faillissementsschuldeisers en wel binnen het kader van het faillissement. De opbrengst daaruit valt immers in de boedel teneinde via de uitdelingslijst tot verdeling te komen. In zijn arrest van 16 september 2005 heeft de Hoge Raad overwogen (in rechtsoverweging 3.5) dat de curator "zijn bevoegdheid tot het geldend maken van dergelijke vorderingen ontleent (...) aan de hem in art. 68 lid 1 Fw gegeven opdracht tot beheer en vereffening van de failliete boedel".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b55fe4886eabc2f97a02403c425fe2290145f8cf9dc621628d80341c57544cd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b55fe4886eabc2f97a02403c425fe2290145f8cf9dc621628d80341c57544cd1, en de alinea staat in dat document op bytes 33598 tot 34646.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b55fe4886eabc2f97a02403c425fe2290145f8cf9dc621628d80341c57544cd1 | shasum -a 256