Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 februari 2016

Onder 2.3.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:706.

De periode waarover de hoogte van het inkomen en vermogen wordt beoordeeld, vangt aan nadat de griffier de rechtzoekende voor de eerste maal op de verschuldigdheid van het griffierecht heeft gewezen en eindigt op de datum waarop het griffierecht uiterlijk op de rekening van het gerecht moet zijn bijgeschreven dan wel ter griffie moet zijn gestort. Indien blijkt dat in deze periode sprake is van de in 2.3.1 bedoelde situatie, dan zal de griffier aan de rechtzoekende mededelen dat vooralsnog van de heffing van griffierecht wordt afgezien. Mocht in de loop van de procedure gerede twijfel ontstaan aan de juistheid van die beoordeling, dan kan daarvan uiterlijk tot de (eind)uitspraak worden teruggekomen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf2125169fac7d10a8ab944041bb1c89d0cb055ad4e5a6cd25933cb17d3688a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf2125169fac7d10a8ab944041bb1c89d0cb055ad4e5a6cd25933cb17d3688a8, en de alinea staat in dat document op bytes 20785 tot 21509.