Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 februari 2016
Onder 4.7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:706.
De Rechtbank heeft op de gronden als vermeld onder 2.4 tot en met 2.9 van haar uitspraak geoordeeld dat de Inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar. Echter, voor zover de bestreden beslissing betrekking had op de boetebeschikking geldt het volgende. In dat verband behoefde belanghebbende slechts te stellen dat hij het bezwaarschrift tijdig ter post heeft bezorgd, dan wel dat en op welke grond een eventuele termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen. De niet-ontvankelijkheid kan slechts worden uitgesproken indien de onjuistheid van deze stellingen is bewezen (vgl. HR 25 april 2008, nr. 43871, ECLI:NL:HR:2008:BD0469, BNB 2008/175). De Rechtbank heeft deze regel van bewijslastverdeling miskend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf2125169fac7d10a8ab944041bb1c89d0cb055ad4e5a6cd25933cb17d3688a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf2125169fac7d10a8ab944041bb1c89d0cb055ad4e5a6cd25933cb17d3688a8, en de alinea staat in dat document op bytes 27022 tot 27789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf2125169fac7d10a8ab944041bb1c89d0cb055ad4e5a6cd25933cb17d3688a8 | shasum -a 256