Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2017
Onder 4.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1068.
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat hij recht heeft op de vergoeding van werkelijke kosten van rechtsbijstand voor de bezwaar- en beroepsfase. Het Hof stelt voorop, dat de proceskostenvergoeding krachtens artikel 8:75 van de Awb vastgesteld wordt op het bedrag, te bepalen volgens de regels (forfait) zoals opgenomen in het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Besluit). Slechts in bijzondere omstandigheden kan, blijkens artikel 2, lid 3, van het Besluit, van het forfait worden afgeweken. Van bijzondere omstandigheden is het Hof niet gebleken. Het feit dat een onjuist bevonden standpunt van de Inspecteur in strijd is met het Unierecht is op zichzelf onvoldoende om te leiden tot afwijking van de forfaitaire bedragen zoals opgenomen in het Besluit, aangezien bij een schending van Europees recht geen sprake is van een andere of ernstiger vorm van onrechtmatigheid dan bij schending van nationaal recht (vergelijk Hoge Raad 17 december 2004, nr. C03/114HR, ECLI:NL:HR:2004:AQ3810). Bijkomende omstandigheden zouden tot een ander oordeel kunnen leiden, maar belanghebbende heeft dergelijke bijkomende omstandigheden niet aannemelijk gemaakt. Het feit dat de Inspecteur bij uitspraak op bezwaar geen rentevergoeding ter zake van de teruggaaf van BPM heeft toegekend, kan niet als een dergelijke omstandigheid aangemerkt worden. Voorts faalt de grief van belanghebbende dat de Inspecteur voorafgaande aan het opleggen van de naheffingsaanslag nader onderzoek had dienen te doen naar de kwalificatie van de auto. Het feit dat het vernietigen van een naheffingsaanslag aan een bestuursorgaan te wijten is, is namelijk slechts relevant voor beantwoording van de vraag of er krachtens artikel 7:15, lid 2, van de Awb recht bestaat op vergoeding van de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken en niet voor beantwoording van de vraag of er sprake is van een bijkomende omstandigheid die leidt tot vergoeding van de werkelijke proceskosten (Hoge Raad 16 september 2016, nr. 15/02844, ECLI:NL:HR:2016:2078).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e71e29c830bd73c670183da1bb2680a1a3bec4a182daa8d5d3872c32ac54bb81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e71e29c830bd73c670183da1bb2680a1a3bec4a182daa8d5d3872c32ac54bb81, en de alinea staat in dat document op bytes 19281 tot 21384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e71e29c830bd73c670183da1bb2680a1a3bec4a182daa8d5d3872c32ac54bb81 | shasum -a 256