Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2017

Onder 4.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1071.

“(…) 3.3. Het tegen dit oordeel gerichte middel slaagt. De verplichting tot betaling van een vergoeding ter zake van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt vastgesteld bij uitspraak, waarbij tevens de omvang van de vergoeding wordt vastgesteld. Omwille van de praktische uitvoerbaarheid moet ervan worden uitgegaan dat de uiterste datum waarop deze betaling moet plaatsvinden is gelegen vier weken na de datum waarop de uitspraak waarin de veroordeling is opgenomen in het openbaar is gedaan, en dat de wettelijke rente eerst gaat lopen de dag na die uiterste datum (vgl. CBb 29 november 2013, nr. 10/1301, ECLI:NL:CBB:2013:257, en CRvB 30 januari 2014, nr. 13/2399, ECLI:NL:CRVB:2014:296). Dit uitgangspunt geldt ook indien deze verplichting is neergelegd in een uitspraak waartegen een rechtsmiddel kan worden aangewend en evenzeer wanneer de werking van de desbetreffende uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel is verstreken of, indien dat rechtsmiddel is ingesteld, daarop is beslist. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db35beff40c76d7ca89516f53537e8bc2ce1e9ae8f1b8a8b512959c1977b2aef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db35beff40c76d7ca89516f53537e8bc2ce1e9ae8f1b8a8b512959c1977b2aef, en de alinea staat in dat document op bytes 17201 tot 18319.