Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 maart 2017
Onder 4.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1416.
Voor zover belanghebbende met zijn stelling heeft bedoeld dat nimmer kan worden nageheven nadat het belastbare feit zich heeft voorgedaan, faalt deze stelling eveneens. De bevoegdheid tot het naheffen van de te weinig geheven of betaalde BPM vloeit immers voort uit artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Op grond van artikel 20, derde lid, AWR vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een naheffingsaanslag pas door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar, waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggave is verleend. Uit het door belanghebbende aangehaalde arrest (Hoge Raad 28 juni 2013, nr. 12/00400, ECLI:NL:HR:2013:64), waarin in geschil was of naheffing ter zake van de registratie van een personenauto ook kan plaatsvinden vóór de registratie van die auto, kan evenmin worden afgeleid dat geen naheffingsaanslag kan worden opgelegd ná het belastbare feit. ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0eb5455229a22d766c1ad915787e3b6f24619c8bd725f2bc31972caf0c4779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0eb5455229a22d766c1ad915787e3b6f24619c8bd725f2bc31972caf0c4779, en de alinea staat in dat document op bytes 24403 tot 25391.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e0eb5455229a22d766c1ad915787e3b6f24619c8bd725f2bc31972caf0c4779 | shasum -a 256