Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 april 2017

Onder 3.3.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 april 2017

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1592.

Met de door de bank en Bethanie aangehaalde rechterlijke colleges (Voorzieningenrechter Rb Amsterdam 2 februari 2006, JOR 2006, 93 respectievelijk Gerechtshof Amsterdam 10 maart 2003, JOR 2003, 108) is het hof, mede gezien HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3463, van oordeel dat artikel 2:198 lid 6 BW jo. artikel 2:195 BW en de in laatstgenoemd artikel bedoelde statutaire blokkeringsregeling (zijnde in het onderhavige geval artikel 12 lid 18 juncto artikel 12 leden 1 tot en met 10 van de statuten van Thuishaven) in beginsel hebben te gelden als lex specialis ten opzichte van de artikelen 3: 248 e.v. BW wanneer het gaat om de te gelde making door de pandhouder van aan hem of haar verpande aandelen in een besloten vennootschap. Hierbij neemt het hof mee dat ook uit artikel 474g lid 4 eerste zin Rv in het kader van executoriaal beslag blijkt dat in beginsel de “ wettelijke bepalingen en statutaire bepalingen ter zake vervreemding van aandelen in acht genomen (moet worden) ”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a285ddcd9fa8fc46098a7cf2c2548648f38f9782fd2ad03e6eeb7de634b220b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a285ddcd9fa8fc46098a7cf2c2548648f38f9782fd2ad03e6eeb7de634b220b8, en de alinea staat in dat document op bytes 28623 tot 29677.