Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017
Onder 7.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1875.
Bij deze stand van zaken kan ook niet worden gezegd dat [appellante] niet heeft geprotesteerd binnen bekwame tijd nadat zij het gestelde gebrek in de prestatie heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken. Voor het antwoord op de vraag of tijdig in de zin van artikel 6:89 BW is geprotesteerd, moet acht worden geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder het nadeel als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat tegen de afwijking is geprotesteerd, en in elk geval ook op de waarneembaarheid van de afwijking, de deskundigheid van partijen, de onderlinge verhouding van partijen, de aanwezige juridische kennis en de behoefte aan voorafgaand deskundig advies (arrest van de Hoge Raad van 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9615, r.o. 3.4). Het gestelde gebrek betreft niet uitsluitend het bedrag van de kosten ( [appellante] erkent in algemene zin dat de “hoge kosten” haar eerder waren opgevallen) maar het gehele samenstel van de bedingen die hierna aan de orde komen, de ongunstige gevolgen van deze bedingen voor [appellante] en de ongeoorloofde en onevenredige aard en strekking van deze bedingen. [appellante] is consument, zij is niet deskundig en zij mocht verwachten dat haar deskundige wederpartij - ASR - haar zou inlichten over eventuele gebreken. Niets is gesteld waaruit volgt dat [appellante] op de hoogte was van de (informatie)verplichtingen van ASR en gerede aanleiding had te veronderstellen dat ASR in de nakoming van die verplichtingen kon zijn tekortgeschoten (arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600, r.o. 4.3.1-4.3.2). De omstandigheid dat [appellante] op enig moment bekend was met de “hoge kosten” in algemene zin (en het door haar geleden nadeel) is in dat kader onvoldoende. Van [appellante] kon dan ook, anders dan ASR stelt (conclusie van dupliek, 6.10 en 6.11), niet worden verlangd dat zij onderzoek zou doen naar eventuele gebreken. Gelet op alle omstandigheden van het geval blijkt uit niets dat [appellante] ruim voor het uitbrengen van de inleidende dagvaarding het gestelde gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken. Ook indien ASR, zoals zij stelt maar niet voldoende feitelijk heeft onderbouwd, is geschaad doordat [appellante] voor het eerst in 2011 heeft geklaagd, is er gelet op al het voorgaande geen ruimte voor een ander oordeel. Deze schade is alsdan het gevolg van de handelwijze van ASR, die [appellante] geen uitleg heeft gegeven over het product en [appellante] ook niet heeft ingelicht over de gestelde gebreken. Het beroep van ASR op het verval en de verjaring van de vorderingen slaagt dan ook niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef9edbb87177fa1a2792a1cc72f4842fdf19ec38e53e4b5c80ff18948ae12c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef9edbb87177fa1a2792a1cc72f4842fdf19ec38e53e4b5c80ff18948ae12c5, en de alinea staat in dat document op bytes 12558 tot 15213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ef9edbb87177fa1a2792a1cc72f4842fdf19ec38e53e4b5c80ff18948ae12c5 | shasum -a 256