Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017
Onder 7.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1875.
De onderhavige bedingen zijn opgenomen in de omvangrijke AV ’97 (bladzijdes 4, 5 en 9 van in totaal 15 bladzijden, exclusief bijgevoegde fiscale informatie). De bedingen zijn niet uitdrukkelijk, specifiek of concreet genoemd op het polisblad (conclusie van antwoord, 4.11). De bedingen kunnen ook niet uit het polisblad worden afgeleid. Zoals ASR heeft betoogd (conclusie van antwoord, 6.14; memorie van antwoord, 2.2), geeft het polisblad de kern van de prestaties over en weer aan: [appellante] betaalt een premie van ƒ 100 per maand en ASR verbindt zich bij in leven zijn van de verzekerden op 1 september 2021 een bedrag uit te keren gelijk aan “de waarde van de dan aanwezige units” en bij overlijden van één van de verzekerden voor die datum ƒ 45.000 uit te keren (productie 4 inleidende dagvaarding; pleitnota ASR 12 oktober 2016, 4) (ASR heeft tegen deze achtergrond benadrukt dat voorlichting over andere onderwerpen dan de premie en de verwachte uitkering niet nodig was). De onderhavige bedingen, die zijn opgenomen in de AV ’97 Sectie C 6 a 1, Sectie C 6 a 5, 6 en 8 en Sectie E 1 en onder b, zijn niet van zo wezenlijke betekenis dat de overeenkomst zonder deze bedingen niet tot stand zou zijn gekomen of zonder deze bedingen niet van wilsovereenstemming omtrent het wezen van de overeenkomst sprake zou zijn (Parl. Gesch. Inv. Boeken 3, 5 en 6, M.v.T. Inv., p. 1518, nr. 8, M.v.A. II, p. 1527; HR 19 september 1997, NJ 1998, 6; vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van 30 april 2014, C-26/13, Kásler, ECLI:EU:C:2014:282, onderdelen 49 en 50). De bedingen betreffen bijkomende voorwaarden (over de administratie en het beheer van de units) die weliswaar indirect, evenals de niet als kernbeding gekwalificeerde bedingen van de in de artikelen 6:236 en 6:237 BW opgenomen zwarte en grijze lijsten, een impact kunnen hebben op de prestatie (bij ASR: de hoogte van een uitkering - hoe meer kosten, hoe minder belegd vermogen), maar niet de kern van die prestatie aangeven. De bedingen behelzen een nadere bepaling van de belangrijkste modaliteiten van de prestaties en betreffen niet de - in artikel 4 lid 2 van Richtlijn 93/13 genoemde en in artikel 6:231 aanhef en onder a BW tot uitdrukking gebrachte - gelijkwaardigheid van de prijs (maandpremie [appellante] ) en de tegenprestatie (uitkering door ASR) (M.v.T. Inv. voornoemd). ASR suggereert ten onrechte dat sprake zou zijn van een onderscheid tussen de maatstaf van artikel 4 lid 2 van deze richtlijn en de maatstaf van artikel 6:231 aanhef en onder a BW (artikel 4 lid 2 van de richtlijn is geïmplementeerd in artikel 6:231 aanhef en onder a BW). De door ASR geuite vrees dat bij toetsing van de bedingen aan artikel 6:233 aanhef en onder a BW een (gedeeltelijke) iustum pretium regel in het contractenrecht wordt geïntroduceerd is ongegrond. Het beding over de prijsbepaling door een derde is zelfs in de parlementaire geschiedenis genoemd als voorbeeld van een beding dat aan artikel 6:233 aanhef en onder a BW kan en moet worden getoetst (M.v.T. Inv. voornoemd). In de rede ligt dat dit ook geldt voor het beding dat de prijs nader zal worden bepaald door een partij (ASR) (zie 7.7 hierna).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef9edbb87177fa1a2792a1cc72f4842fdf19ec38e53e4b5c80ff18948ae12c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef9edbb87177fa1a2792a1cc72f4842fdf19ec38e53e4b5c80ff18948ae12c5, en de alinea staat in dat document op bytes 17635 tot 20870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ef9edbb87177fa1a2792a1cc72f4842fdf19ec38e53e4b5c80ff18948ae12c5 | shasum -a 256