Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 mei 2017
Onder 3.3.6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2101.
Uit de hiervoor geciteerde passage uit de brief van [geïntimeerde] van 22 december 2010, waaruit blijkt dat zij er in 2002 van op de hoogte raakte dat [appellant] het aan de Stichting geleende geld had aangewend om schulden van de Stichting mee af te lossen (zijn privé-schulden vielen in het faillissement), valt evenmin af te leiden dat [geïntimeerde] toen (voldoende) op de hoogte was van een fout van [appellant] in privé (bij het aangaan van de overeenkomst van geldlening). [geïntimeerde] heeft kennelijk, en niet onbegrijpelijk, hooguit gedacht aan een onbehoorlijk handelen van [appellant] als bestuurder van de Stichting met betrekking tot de pandrechten. Anders is de vraag (ga jij mij zeker terugbetalen; kennelijk bedoeld ter compensatie van de verloren pandrechten) niet begrijpelijk. Daarbij komt dat [geïntimeerde] ten aanzien van dit terugbetalen van de hoofdsom in de veronderstelling verkeerde dat dit eerst na de looptijd van de overeenkomst, 10 jaar, moest gebeuren. Het gaat hier dus niet om een betalen uit hoofde van onrechtmatige daad. Dat [geïntimeerde] mogelijk vermoedde dat [appellant] het geleende geld onheus had besteed – waaruit overigens niet zonder meer voortvloeit dat de Stichting na 10 jaar niet zou kunnen terugbetalen – is onvoldoende voor een rechtsvordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/444cb2ffd3ae0c073b48ff3c67e44179b1f4e0eb7a2ed3ced9e3a8d42c6b53fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 444cb2ffd3ae0c073b48ff3c67e44179b1f4e0eb7a2ed3ced9e3a8d42c6b53fd, en de alinea staat in dat document op bytes 28195 tot 29518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/444cb2ffd3ae0c073b48ff3c67e44179b1f4e0eb7a2ed3ced9e3a8d42c6b53fd | shasum -a 256