Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 november 2017

Alinea 115 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 november 2017

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 november 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4849.

Het hof heeft verder rekening gehouden met de omstandigheid dat bij de strafvervolging van verdachte in eerste aanleg en hoger beroep de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, is geschonden. Deze termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen hem een strafvervolging in te stellen. Het bewezen verklaarde heeft plaatsgevonden op 6 en 7 oktober 2011. Op 7 oktober 2011 is een onderzoek ingesteld, dat heeft geleid tot het opleggen door de officier van justitie van de voorlopige maatregel ex artikel 28 van de Wet op de economische delicten. Het hof zal het opleggen van de voorlopige maatregel aanmerken als het moment waarop de redelijke termijn een aanvang heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da99846fe9058b29f793dc74f9b0298479aeb0694a190a63aa4ed0b0dc9cdd61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da99846fe9058b29f793dc74f9b0298479aeb0694a190a63aa4ed0b0dc9cdd61, en de alinea staat in dat document op bytes 32184 tot 33080.