Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 december 2017

Onder 3.3.9. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5461.

In beginsel heeft [geïntimeerde] het recht om bewijs te leveren aan de hand van een op zijn stellingen toegesneden probandum. In dit stadium van de procedure moeten echter hoge eisen worden gesteld aan de omschrijving van het nadere bewijs om te kunnen rechtvaardigen dat nogmaals, voor de derde keer, getuigen worden gehoord. Daarbij speelt mede een rol dat dit bewijs zelf voldoende krachtig en concreet zal moeten zijn om te kunnen afdoen aan de getuigenverklaringen (en het overige bewijs) die het standpunt van [appellanten] ondersteunen. Tegen die achtergrond diende [geïntimeerde] zeer concreet en nauwkeurig toe te lichten wat eventuele nog niet eerder gehoorde getuigen over het probandum zouden verklaren en/of wat de reeds eerdere gehoorde getuigen ten behoeve van dat probandum meer of anders zouden kunnen verklaren dan zij in contra-enquête al hadden gedaan (overweging 2.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f8a7365bd6fc5e19eeff5a2bb335c78f364d295282aea3396751f997d42513. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f8a7365bd6fc5e19eeff5a2bb335c78f364d295282aea3396751f997d42513, en de alinea staat in dat document op bytes 27505 tot 28411.