Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14 december 2017

Alinea 101 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5708.

Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt als in art. 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. In hoge uitzondering, ook indien geen verwijtbaarheid bestaat en verdachte niet daadwerkelijk in zijn belangen is getroffen, kan plaats zijn voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Daarvan is sprake, indien ernstige schending is vastgesteld van een zo fundamenteel beginsel van een behoorlijke procesorde, dat daarmee het wettelijk systeem in zijn kern wordt geraakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f86da099e10da6390f95ce1623f3edb36a843bd4b7bd585cc11ffbc67823d80c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f86da099e10da6390f95ce1623f3edb36a843bd4b7bd585cc11ffbc67823d80c, en de alinea staat in dat document op bytes 27330 tot 28295.