Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 februari 2017

Onder 3.11.1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 februari 2017

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 februari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:684.

De wetsgeschiedenis geeft hierover geen uitsluitsel, terwijl de betrekkelijk schaarse literatuur ernaar neigt om de rechter beoordelingsvrijheid te geven: hij kan de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen maar hoeft dit niet per se te doen als zich één of meer van de in dit artikellid opgesomde limitatieve beëindigingsgronden voordoen. Daarmee zou de rechter, evenals overigens onder het vóór 1 januari 2008 geldende recht, over een discretionaire bevoegdheid beschikken. In verband met dit laatste wijst men ook wel op (het later toegevoegde) artikel 349a Fw dat, waar het om de eventuele verlenging van de materiële looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling gaat, de rechter een discretionaire bevoegdheid geeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a814f82197c776623ae44847139bb690679c0f61df6303162d9e365a4fd277a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a814f82197c776623ae44847139bb690679c0f61df6303162d9e365a4fd277a4, en de alinea staat in dat document op bytes 22743 tot 23507.