Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 februari 2017
Onder 3.11.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 februari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:684.
Het hof is van oordeel dat zo zich één of meer van de in artikel 350 lid 3 Fw opgesomde limitatieve beëindigingsgronden voordoen, de rechter de wettelijke schuldsaneringsregeling niet moet maar kán beëindigen. Daarvoor is niet bepalend het bestaan van het woordje “kan” in artikel 350 lid 1 Fw. Hiermee wordt naar het oordeel van het hof namelijk enkel aangegeven wie als zodanig gerechtigd zijn en daarmee formeel bevoegd zijn om de rechtbank te verzoeken de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. In het kader van de wettelijke schuldsanering komen meer van dergelijke bepalingen voor: zie bijvoorbeeld artikel 292 lid 3 Fw (waarin wordt aangegeven wie tegen de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering in hoger beroep kán komen). Zie verder bijvoorbeeld ook artikel 292 lid 1 Fw en artikel 355 lid 1 Fw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a814f82197c776623ae44847139bb690679c0f61df6303162d9e365a4fd277a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a814f82197c776623ae44847139bb690679c0f61df6303162d9e365a4fd277a4, en de alinea staat in dat document op bytes 23623 tot 24510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a814f82197c776623ae44847139bb690679c0f61df6303162d9e365a4fd277a4 | shasum -a 256