Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 januari 2018

Onder 3.13. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 januari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1.

Daarbij overweegt het hof nog als volgt. Hoewel HRC c.s. in de memorie van grieven (punt 57) stelt dat de gemeente tot 2009 in woord en geschrift het vertrouwen van HRC c.s. in het realiseren van haar verplichtingen heeft onderstreept, en HRC c.s. tijdens het pleidooi in hoger beroep een soortgelijke stelling heeft herhaald (pleitnota punt 16), stelt HRC c.s. geen andere relevante feiten en/of omstandigheden die tot een verplichting van de gemeente kunnen leiden die verder gaat dan hierboven in rov. 3.10. bedoeld. Meer specifiek kan een verdergaande verplichting ook, anders dan HRC c.s. lijkt te betogen (dagvaarding in eerste aanleg punt 31), niet worden afgeleid uit de antwoorden van B en W aan de gemeenteraad van 31 maart 2009 en uit de brief van B en W aan de gemeenteraad van diezelfde datum (producties 5 en 6 bij dagvaarding in eerste aanleg).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a601ef72e9b676a2890ad022ed29713b8f950d167841e6c63245bea3b4324683. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a601ef72e9b676a2890ad022ed29713b8f950d167841e6c63245bea3b4324683, en de alinea staat in dat document op bytes 28957 tot 29842.