Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 april 2018

Onder 4.6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 april 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1541.

Het Hof overweegt dienaangaande als volgt. Artikel 10, lid 8, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: de Wet) geeft de Inspecteur voldoende bevoegdheid tot het stellen van de eis dat de auto op een door de Inspecteur aan te wijzen plaats en tijdstip moet worden getoond. In artikel 10, lid 8, van de Wet is immers in algemene zin bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van artikel 10, dus ten behoeve van de bepaling van de hoogte van de vermindering. Deze regels zijn gegeven in artikel 8, lid 8, van de Uitvoeringsregeling BPM. Anders dan belanghebbende, acht het Hof de bepaling in het genoemde artikel 8, lid 8, niet in strijd met het recht. Naar het oordeel van het Hof zijn de delegatiemogelijkheden gegeven in artikel 10, lid 8, van de Wet in artikel 8, lid 8, van de Uitvoeringsregeling BPM niet overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d8a8cd3ae59f6f3d8456b51f09f0f2c38f9159925c5d7c0267ff17413e8bbf3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d8a8cd3ae59f6f3d8456b51f09f0f2c38f9159925c5d7c0267ff17413e8bbf3, en de alinea staat in dat document op bytes 27404 tot 28341.