Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 januari 2018

Onder 3.5.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 januari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:28.

3.5.3.1. Partijen hebben inmiddels een gedeelte van het hypothecaire lening die rust op de studio afgelost. Onduidelijk is in hoeverre thans nog sprake is van een onderwaarde van de studio. Voor zover in geval van verkoop (waarbij het hof er veronderstellenderwijs van uitgaat dat de dochter nog steeds de studio bewoont) sprake is van een overwaarde , zou die overwaarde door de man (en de vrouw) zijn gefinancierd, terwijl de dochter, die eigenaar is van de studio, daartoe gerechtigd zou zijn. Voor zover sprake is van een onderwaarde , behoeft art. 9.1. van het convenant geen aanvulling, omdat hieruit volgt – overeenkomstig de bedoeling van partijen – dat die onderwaarde ten laste van de ouders komt (“Deze overeenkomst komt te vervallen wanneer de hoogte van de hypotheek gelijk is aan de waarde van de studio”).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac495521954978f20c3588816bf0c956216ca73d3b700307abb49c76f1ee0c20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac495521954978f20c3588816bf0c956216ca73d3b700307abb49c76f1ee0c20, en de alinea staat in dat document op bytes 30942 tot 31852.