Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 augustus 2018

Alinea 40 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 augustus 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 augustus 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3394.

De raadsvrouwe van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde. Daartoe is – op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – het volgende aangevoerd. Op basis van de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] , alsmede de bevindingen van de politie en het technisch onderzoek, kan slechts worden vastgesteld dat verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] tijdens de politiecontrole om 3.48 uur en rond de aanhouding om 4.30 uur in een voertuig gezien zijn, waarin de in Soerendonk gestolen telefoon is aangetroffen. Gelet op het feit dat getuige [getuige 2] in zijn verklaring de tijden 2.00 uur tot 2.15 uur noemt als het moment waarop hij de vermoedelijke inbrekers heeft gezien, zijn verdachten dus 2,5 uur na de inbraak in de auto gesignaleerd. Door dat tijdsverloop is die omstandigheid niet voldoende om te kunnen spreken van wettig en overtuigend bewijs voor de inbraak, aldus de raadsvrouwe. Er zou in haar visie slechts sprake kunnen zijn van heling van een telefoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93e4ccfa621acd8f93f2f03792e769fb6b465702fc79b62927a3013bd36b3e62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93e4ccfa621acd8f93f2f03792e769fb6b465702fc79b62927a3013bd36b3e62, en de alinea staat in dat document op bytes 15424 tot 16526.