Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 februari 2018
Onder 4.11. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 februari 2018
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:376.
Onder verwijzing naar het onder 4.7 overwogene over de verhandelbaarheid van de participatiebewijzen en de fiscale kwalificatie van belanghebbende naar Nederlandse maatstaven, heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk gemaakt dat zij vergelijkbaar is met een fonds voor gemene rekening in de zin van artikel 2 van de Wet Vpb. Reeds vanwege de omstandigheid dat belanghebbende voor fiscale doeleinden moet worden gekwalificeerd als een transparante entiteit, is belanghebbende niet vergelijkbaar met een fiscale beleggingsinstelling in de zin van artikel 28 van de Wet Vpb. De stellingen van belanghebbende inhoudende dat de eisen die ingevolge artikel 28 van de Wet Vpb aan een fiscale beleggingsinstelling worden gesteld in strijd zijn met het Unierecht behoeven daarom geen behandeling meer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd04b6c8dadeae3cb950f7bcbe1e816202c90589abf2b9e790a1bcc632c3ec03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd04b6c8dadeae3cb950f7bcbe1e816202c90589abf2b9e790a1bcc632c3ec03, en de alinea staat in dat document op bytes 37852 tot 38684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd04b6c8dadeae3cb950f7bcbe1e816202c90589abf2b9e790a1bcc632c3ec03 | shasum -a 256