Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 november 2018

Onder 4.9. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 november 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4633.

Op grond van artikel 2.3 van de Wet IB 2001 wordt de inkomstenbelasting onder meer geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar ‘genoten’ belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Dit belastbare inkomen wordt op grond van artikel 2.4, lid 3, onderdeel a, van de Wet IB 2001 bepaald volgens de regels van hoofdstuk 5 van de Wet IB 2001. Op grond van artikel 5.1 van de Wet IB 2001 is het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen het voordeel uit sparen en beleggen verminderd met de persoonsgebonden aftrek. Het voordeel uit sparen en beleggen wordt, op grond van artikel 5.2, lid 1, van de Wet IB 2001, gesteld op 4% (forfaitair rendement) van de grondslag uit sparen en beleggen voor zover de grondslag sparen en beleggen aan het begin van het kalenderjaar (peildatum) meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen. Op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Wet IB 2001 is de rendementsgrondslag de waarde van de bezittingen verminderd met de waarde van de schulden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be6fc5d2769f5c64dd52d112ce54dcb626ef44b911069527efa78058061408d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be6fc5d2769f5c64dd52d112ce54dcb626ef44b911069527efa78058061408d8, en de alinea staat in dat document op bytes 28384 tot 29386.