Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 november 2018

Onder 4.13. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 november 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4633.

Het Hof begrijpt belanghebbende aldus dat zij mede heeft willen stellen dat de wet onredelijk is. Op grond van artikel 11 van de Wet van 15 mei 1829, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk (Stb 1822, 10 en Stb 1829, 28) staat het de rechter niet vrij om formele wetgeving te toetsen op haar innerlijke waarde of de billijkheid van de wet te beoordelen. De rechter kan een wet in formele zin slechts (gedeeltelijk) buiten toepassing verklaren indien en voor zover deze onverbindend is wegens strijd met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties (artikel 94 Grondwet). Aan beginselen van behoorlijke wetgeving, voor zover die beginselen niet in zodanige verdragsbepalingen zijn neergelegd, kan wetgeving in formele zin niet door de rechter worden getoetst (artikel 120 Grondwet). Het handelen van de wetgever kan, ook afgezien daarvan, niet worden getoetst aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur, aangezien die beginselen tot het bestuur en niet tot de wetgever zijn gericht. Belanghebbendes onderhavige betoog, dat kennelijk op een andere opvatting berust, moet worden verworpen omdat die opvatting onjuist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be6fc5d2769f5c64dd52d112ce54dcb626ef44b911069527efa78058061408d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be6fc5d2769f5c64dd52d112ce54dcb626ef44b911069527efa78058061408d8, en de alinea staat in dat document op bytes 32571 tot 33783.