Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 november 2018
Onder 3.10.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 november 2018
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4844.
“In een geval waarin een advocaat wordt verweten dat hij niet tijdig een vordering of een rechtsmiddel heeft ingesteld moet, voor de beantwoording van de vraag of, en zo ja, in welke mate, de cliënt als gevolg van die fout schade heeft geleden, in beginsel worden beoordeeld hoe op de vordering of het rechtsmiddel had behoren te worden beslist, althans moet het te dier zake toewijsbare bedrag worden geschat aan de hand van de goede en kwade kansen die de cliënt zou hebben gehad indien de vordering of het rechtsmiddel tijdig zou zijn ingesteld (vgl. HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AM1905, NJ 1998/257 en HR 11 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0859, NJ 2010/3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdf71fd4749d3449f64eab0a3543c517ab9cc23e007e708c16295993ea8aac88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdf71fd4749d3449f64eab0a3543c517ab9cc23e007e708c16295993ea8aac88, en de alinea staat in dat document op bytes 29056 tot 29803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cdf71fd4749d3449f64eab0a3543c517ab9cc23e007e708c16295993ea8aac88 | shasum -a 256