Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 november 2018

Onder 4.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 november 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:5002.

Het Hof is van oordeel dat de Ontvanger met overlegging van het “Rapport van datum verzending” aannemelijk heeft gemaakt dat de tweede voorlopige aanslag is verzonden naar het juiste adres van belanghebbende. Op grond van vaste rechtspraak wordt in een dergelijk geval de ontvangst van deze voorlopige aanslag vermoed. Indien belanghebbende stelt dat hij deze voorlopige aanslag niet heeft ontvangen, rust op hem de bewijslast ter zake van feiten op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat de aanslagen op het adres zijn bezorgd. Slaagt belanghebbende erin eerdergenoemd vermoeden te ontzenuwen, dan zal de ontvangst of aanbieding van de aanslag slechts aannemelijk geoordeeld kunnen worden indien de Ontvanger daarvan nader bewijs levert. Indien niet aannemelijk wordt dat de aanslag op het adres van belanghebbende is ontvangen of aangeboden, en evenmin dat de aanslag hem anderszins heeft bereikt, dan ligt het op de weg van de Ontvanger - in voorkomend geval - aannemelijk te maken dat zulks het gevolg is van aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden (vgl. HR 15 december 2006, nr. 41 882, ECLI:NL:HR:2006:AZ4416, BNB 2007/112).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee3fc12f05fdd2b6b91f68e019824418f96844f8e888e6d8cc080c203a474ad8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee3fc12f05fdd2b6b91f68e019824418f96844f8e888e6d8cc080c203a474ad8, en de alinea staat in dat document op bytes 14065 tot 15237.