Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018

Onder 16.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:714.

“3.6.1. Vraag (a) ziet op het zich in deze zaak voordoende geval dat de gefailleerde een prestatie vóór de faillietverklaring slechts voor een deel heeft verricht en in verband daarmee de wederpartij de tegenprestatie voor die prestatie contractueel nog niet verschuldigd is geworden, terwijl de curator heeft verklaard de overeenkomst niet gestand te doen, in verband waarmee de prestatie van de zijde van de boedel niet wordt voltooid (zie hiervoor in 3.4 bij vraag (a) onder (i), (iii) en (v)). In dat geval brengt reeds de inhoud van de overeenkomst mee dat, vanwege het niet voltooid zijn van de prestatie door de gefailleerde, de tegenprestatie niet door de wederpartij verschuldigd is geworden, zoals het hof zelf ook in zijn derde tussenarrest overweegt (in rov. 10.2.2 en 10.3.2, hiervoor in 3.3 aangehaald).(…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff84d286c5ddf97f4a554e38426e715031d17018e3c264a34eebd295ae5e5b3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff84d286c5ddf97f4a554e38426e715031d17018e3c264a34eebd295ae5e5b3b, en de alinea staat in dat document op bytes 12844 tot 13745.