Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018

Onder 16.6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:714.

Uit het voorgaande en uit de concrete omstandigheden van dit geval volgt dat de curator in beginsel een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking toekomt voor het door [utiliteitsbouw] per appellant(e) verrichte meerwerk. Daartoe overweegt het hof als volgt. Het gaat hier om een situatie zoals bedoeld in de punten (i) tot en met (v) van de prejudiciële vraag. Verder staat de onderhavige termijnenregeling in de koop-/aannemingsovereenkomsten niet in de weg aan de vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking, gelet op hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in 3.6.5. en 3.6.6. van de prejudiciële beslissing. Op basis van de stellingen van [appellanten c.s.] , kan voorts niet worden geoordeeld dat de koop-/aannemingsovereenkomsten er (ook) toe strekken dat bij het niet volledig voltooid zijn van het desbetreffende meerwerk, geen vergoeding door [appellanten c.s.] verschuldigd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff84d286c5ddf97f4a554e38426e715031d17018e3c264a34eebd295ae5e5b3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff84d286c5ddf97f4a554e38426e715031d17018e3c264a34eebd295ae5e5b3b, en de alinea staat in dat document op bytes 21125 tot 22038.