Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018
Onder 16.9.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:714.
Het hof is dus van oordeel dat de omstandigheid dat [appellanten c.s.] de resterende meerwerktermijnen aan Woningborg hebben betaald om daarmee (voor hen) de afbouwende aannemer te betalen, niet verhindert dat [appellanten c.s.] schade hebben geleden. Hiertoe verwijst het hof allereerst naar meergenoemde overwegingen van de Hoge Raad in de zaak Poot c.s./Peters q.q. Ook in dat geval hadden de kopers de nog resterende bedragen van de overeengekomen aanneemsom na het faillissement aan Woningborg betaald voor de afbouw. In aanvulling daarop overweegt het hof dat deze wijze van afhandeling van de afbouw na faillissement via Woningborg in lijn is met de GIW regeling, die [utiliteitsbouw] heeft onderschreven en die is verankerd in de met [utiliteitsbouw] gesloten koop-/aannemingsovereenkomsten (zie ook tussenarrest van 18 maart 2014, r.o. 4.1.2 tot en met 4.1.5.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff84d286c5ddf97f4a554e38426e715031d17018e3c264a34eebd295ae5e5b3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff84d286c5ddf97f4a554e38426e715031d17018e3c264a34eebd295ae5e5b3b, en de alinea staat in dat document op bytes 27862 tot 28746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff84d286c5ddf97f4a554e38426e715031d17018e3c264a34eebd295ae5e5b3b | shasum -a 256