Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018

Onder 6.3.20. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:818.

Het hof oordeelt als volgt. Tegen het oordeel van de rechtbank bij tussenvonnis van 5 november 2014 dat het beroep van [appellant] op verjaring van de vordering uit hoofde van de geldlening van 20 april 2001 inzake fl. 110.000,-- en de vordering uit hoofde van de geldlening van juni 2002 inzake € 12.500,-- , slaagt, is geen (incidentele) grief gericht. Tussen partijen is niet in geschil dat waar het de verjaarde vorderingen uit hoofde van geldlening betreft, na verjaring natuurlijke verbintenissen resteren. Tussen partijen is wel in geschil of deze natuurlijke verbintenissen dienen te worden verrekend met hetgeen [appellant] uit hoofde van verdeling zonder verrekening zou hebben ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebcb4cfbfc263939a71d325a225a72bee478f32d558e49707366c1e03d9ed79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebcb4cfbfc263939a71d325a225a72bee478f32d558e49707366c1e03d9ed79, en de alinea staat in dat document op bytes 37034 tot 37748.