Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018

Onder 6.3.9. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:818.

Met de grieven 2, 3 en 8 betoogt [appellant] in de kern dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] niet zijn geslaagd in het aan hen opgedragen bewijs aangaande de afgesproken datum dat [appellant] de woning aan de [adres] te [plaats] zou verlaten. Volgens [appellant] is niet bewezen dat hij de woning op 1 juli 2012 zou verlaten. Indien de afspraak dat hij de woning op 1 juli 2012 zou verlaten is gemaakt dan is die afspraak gekoppeld aan het uitgangspunt dat het pand van te voren in de verkoop zou worden gebracht en daarvan is geen sprake. Daarom heeft de rechtbank hem ten onrechte veroordeeld om de woning binnen 28 dagen na betekening van het vonnis te verlaten, aldus [appellant] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebcb4cfbfc263939a71d325a225a72bee478f32d558e49707366c1e03d9ed79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebcb4cfbfc263939a71d325a225a72bee478f32d558e49707366c1e03d9ed79, en de alinea staat in dat document op bytes 24156 tot 24860.