Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018

Onder 6.3.14. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:818.

Het hof overweegt als volgt. [getuige 2] heeft als getuige in eerste aanleg (proces-verbaal van verhoor en tegenverhoor, gehouden op 10 juni 2015) verklaard: “(…) In oktober 2010 is de aangifte 2009 met moeder besproken. Dan wordt eerst een inventarisatie gemaakt. Ik heb moeder toen gevraagd naar de geldleningen omdat die nooit eerder in de aangiftes waren verwerkt. Moeder zei dat nu ze al zo’n ruzie hierover had met haar dochter, ze het geld niet meer terug hoefde. Ze had het niet nodig. Ze deelde mee dat zij de schulden van allebei haar zonen uit geldlening kwijtschold. Ik heb haar nog gevraagd wat ze wilde met de rente maar ze gaf aan daar ook geen aanspraak op te maken. Ik heb [appellant] gevraagd of hij de kwijtschelding aanvaardde en dat deed hij. (…) Moeder is er in ieder geval niet op terug gekomen. (…) Het bestaan van de geldleningen is niet alsnog verwerkt in de belastingaangiftes. Moeder wilde het er niet in hebben. (…)”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebcb4cfbfc263939a71d325a225a72bee478f32d558e49707366c1e03d9ed79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebcb4cfbfc263939a71d325a225a72bee478f32d558e49707366c1e03d9ed79, en de alinea staat in dat document op bytes 29902 tot 30912.