Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2019

Onder 5.15. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2019

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2949.

Het is echter niet zo dat het weerlegbare vermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW alleen weerlegd kan worden doordat de aangesproken bestuurder een van buiten komende , niet aan hem toe te rekenen belangrijke oorzaak van het faillissement aannemelijk maakt. Wel verlangt artikel 2:248, lid 2 BW dat de bestuurder door het aanvoeren van bepaalde feiten en omstandigheden aantoont dat er zich een andere belangrijke oorzaak van het faillissement dan onbehoorlijk bestuur heeft voorgedaan. Die oorzaak kan ook gelegen zijn in fouten of misrekeningen van de bestuurders, zolang maar niet geoordeeld kan worden dat geen redelijk denkend bestuurder – onder dezelfde omstandigheden – aldus gehandeld zou hebben. Vgl. HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:233.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fcaf0cbd63f5c0c269ea00ada40197a36e04f9d50658607d2b774b733a50fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fcaf0cbd63f5c0c269ea00ada40197a36e04f9d50658607d2b774b733a50fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 28834 tot 29633.