Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 september 2019

Onder 4.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 september 2019

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 september 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3474.

‘2.4.2. De beantwoording van de vraag of de levering van een onroerende zaak een (gedeelte van een) gebouw en het erbij behorende terrein dan wel een bouwterrein betreft als bedoeld in artikel 11, lid 1, letter a, gelezen in samenhang met artikel 11, lid 3 respectievelijk lid 4, van de Wet OB, dient niet alleen te geschieden aan de hand van de contractuele bepalingen (vgl. HvJ 20 juni 2013, Paul Newey, C-653/11, ECLI:EU:C:2013:409, punten 42 en 43), maar ook aan de hand van de omstandigheden ter zake van de transactie voorafgaand aan en ten tijde van die handeling; tot die omstandigheden behoort de intentie, door het Hof van Justitie ook wel aangeduid als wilsverklaring, van partijen met betrekking tot de transactie, mits deze wordt ondersteund door objectieve gegevens (vgl. HvJ 17 januari 2013, Woningstichting Maasdriel, C-543/11, ECLI:EU:C:2013:20, punt 35, en HvJ 12 juli 2012, J.J. Komen en Zonen Beheer Heerhugowaard B.V., C-326/11, ECLI:EU:C:2012:461, punt 33).’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbf045fed64f974bdb10cae37724f06c2448c7404b307d73fda5305458ff7923. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbf045fed64f974bdb10cae37724f06c2448c7404b307d73fda5305458ff7923, en de alinea staat in dat document op bytes 18057 tot 19054.