Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2019

Onder 2.4.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2019

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4021.

Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat vast is komen te staan dat [appellant] ten onrechte op naam van zijn voormalig recyclingbedrijf heeft gefactureerd en betalingen in ontvangst heeft genomen. Hoewel [appellant] een lange tijd zelfstandig ondernemer is geweest en hij moest wennen aan ‘een baas boven zich’, mocht [verweerster] inderdaad ervan uitgaan dat [appellant] wist wat van hem werd verlangd en het als een gegeven beschouwen dat [appellant] na indiensttreding bij [verweerster] op naam van [verweerster] zou factureren. Het hof is van oordeel dat het [appellant] moet worden verweten dat hij desondanks op eigen naam heeft gefactureerd, maar dat onvoldoende is gebleken dat sprake is van een dringende reden in de zin van art. 7:678 BW. Hiertoe zijn de volgende (persoonlijke) omstandigheden redengevend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4016d95e03ebe863e7379331f51c90e5acd03dda1c48791f5a9de5e04e18f90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4016d95e03ebe863e7379331f51c90e5acd03dda1c48791f5a9de5e04e18f90b, en de alinea staat in dat document op bytes 31378 tot 32220.