Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2019
Onder 2.5.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2019
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4021.
Voor wat betreft de waarde die de arbeidsovereenkomst voor [appellant] had, gaat het hof uit van het laatstelijk door [appellant] verdiende salaris van € 4.822,53 bruto per maand (HR 30 juni 2018 ECLI:NL:HR:2018:857). [verweerster] heeft in eerste aanleg voorwaardelijk, voor het geval het ontslag op staande voet niet in stand blijft, verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens verwijtbaar handelen (het hof begrijpt: art. 7:669 lid 3 sub e BW). Met inachtneming van hetgeen het hof hiervoor bij de beoordeling van de dringende reden voor het ontslag op staande voet heeft overwogen, acht het hof het aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst op een termijn van vier maanden na het ontslag op staande voet door de kantonrechter zou zijn ontbonden wegens verwijtbaar handelen van [appellant] . [appellant] heeft immers erkend dat hij heeft gefactureerd op naam van zijn eigen bedrijf, terwijl dit bedragen betrof die aan [verweerster] toekwamen. Dit valt [appellant] te verwijten. Ook valt [appellant] te verwijten dat hij hierover niet vanaf het begin af aan duidelijkheid heeft verschaft aan [verweerster] , maar pas na het ontslag op staande voet. [appellant] had hierover eerder duidelijk kunnen zijn, bijvoorbeeld tijdens de gesprekken die hij met dhr. [directeur] en [adviseur] heeft gevoerd na de verkoop van zijn bedrijf. Het hof is van oordeel dat een vergoeding gelijk aan enkel het loon over de resterende duur van arbeidsovereenkomst onvoldoende recht doet aan het ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] . Zij is in de gegeven omstandigheden, waarin na de verkoop van het bedrijf van [appellant] aan [verweerster] sprake was van een bijzondere werkgever-werknemer relatie, ten onrechte overgegaan tot een ontslag op staande voet. Daarbij komt dat, zoals het hof hiervoor al heeft overwogen, [appellant] geen aanspraak heeft op een uitkering, zijn vennootschappen in staat van faillissement zijn verklaard en zijn kansen op de arbeidsmarkt, mede gelet op zijn leeftijd, gering zijn. Het hof stelt de billijke vergoeding in dit geval vast op € 22.000,-.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4016d95e03ebe863e7379331f51c90e5acd03dda1c48791f5a9de5e04e18f90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4016d95e03ebe863e7379331f51c90e5acd03dda1c48791f5a9de5e04e18f90b, en de alinea staat in dat document op bytes 42285 tot 44382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4016d95e03ebe863e7379331f51c90e5acd03dda1c48791f5a9de5e04e18f90b | shasum -a 256