Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019

Onder 3.2 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:91.

Bij dagvaarding van 20 november 2015 heeft [geïntimeerde] de onderhavige procedure tegen [appellante] en [appellant] aanhangig gemaakt. In deze procedure stelt [geïntimeerde] dat [appellante] en [appellant] geen deugdelijke verklaringen in de zin van artikel 476a Rv hebben afgelegd. Op grond daarvan heeft [geïntimeerde] [appellante] en [appellant] aangesproken op betaling van het bedrag waarvoor [de vennootschap 3] is veroordeeld. Primair vorderde [geïntimeerde] hoofdelijke veroordeling van [appellante] en [appellant] tot betaling van een bedrag van € 24.673,99 (hoofdsom met rente en (executie)kosten) te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum der dagvaarding en, op verbeurte van een dwangsom, afgifte van een aantal bescheiden. Subsidiair vorderde [geïntimeerde] veroordeling van [appellante] en [appellant] tot aanvulling van hun verklaringen en betaling van wat zij uit hoofde van de gelegde beslagen dienen te betalen. Daarnaast vorderde [geïntimeerde] hoofdelijke veroordeling van [appellante] en [appellant] tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten met nakosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 10213 tot 11369.