Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019
Onder 3.4 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:91.
In het eindvonnis van 21 december 2016 heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat de verklaringen van [appellante] en [appellant] niet voldoen aan de eisen die de artikelen 476a en 476b Rv daar aan stellen, maar dat dit wel verklaringen in de zin van die bepalingen zijn zodat [appellante] en [appellant] niet op grond van artikel 477a Rv tot betaling kunnen worden veroordeeld omdat zij geen verklaringen zouden hebben afgelegd (r.o. 4.4). Dit oordeel is niet bestreden zodat dit het hof tot uitgangspunt strekt. Dat geldt ook voor het oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] , met het oog op het betwisten van de afgelegde verklaringen op grond van artikel 477a lid 2 Rv, [appellante] en [appellant] tijdig heeft gedagvaard (r.o. 4.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 12242 tot 13000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0 | shasum -a 256