Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019

Onder 3.5 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:91.

De rechtbank heeft verder geoordeeld dat, hoewel in beginsel de bewijslast op [geïntimeerde] rust dat er vorderingen van [de vennootschap 3] op [appellante] en [appellant] zijn getroffen door het beslag, op [appellante] en [appellant] een verzwaarde motiveringsplicht rust. Op hen rust de verplichting hun standpunt dat zij niets verschuldigd zijn aan [de vennootschap 3] zoveel mogelijk te staven met gegevens en bescheiden, aldus de rechtbank (r.o. 4.7). De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellante] en [appellant] niet hebben voldaan aan deze verplichting en dat het er daarom voor gehouden moet worden dat er op het moment dat het beslag werd gelegd wel uit hoofde van (bestaand hebbende) rechtsverhoudingen tussen [de vennootschap 3] en [appellante] en [appellant] vorderingen bestonden van [de vennootschap 3] op [appellante] en [appellant] , die door het beslag getroffen zijn en het bedrag van € 24.673,99 overstijgen (r.o. 4.8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 13079 tot 14034.