Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019
Onder 3.7 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:91.
Het hof overweegt hierover het volgende. Artikel 477a lid 2 Rv dat hier aan de orde is, biedt een executant de mogelijkheid de door een derde-beslagene afgelegde verklaring te betwisten dan wel aanvulling daarvan te eisen. Die mogelijkheid doet zich voor wanneer door de derde-beslagene een - al dan niet deugdelijke - verklaring is afgelegd, in welk geval artikel 477a lid 1 Rv toepassing mist. In een betwistingsprocedure ex artikel 477 lid 2 Rv rust de bewijslast op de executant. Het is aldus aan [geïntimeerde] te bewijzen dat [de vennootschap 3] wel degelijk een vordering op [appellante] en [appellant] heeft. Wel geldt dat [appellante] en [appellant] zijn gehouden hun verklaringen zoveel mogelijk te staven met gegevens en bescheiden (HR 13 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5256 en NJ 2009/106). Hierin is een verzwaarde stelplicht aan de zijde van de derde-beslagene gelegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 15480 tot 16380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bd856dc9889580347a2d0180f643d288bc05aeb25d837c052711284e43a2dc0 | shasum -a 256