Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 maart 2020
Onder 6.17. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 maart 2020
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1059.
De vraag of op het tijdstip van voltooiing van de verjaring sprake is van bezit dient te worden beantwoord aan de hand van artikel 3:107 BW en volgende. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 BW). Of er sprake is van bezit wordt beoordeeld naar de verkeersopvattingen met inachtneming van de wettelijke regels en overigens op grond van de uiteerlijke feiten (artikel 3:108 BW). Voor de beantwoording van de vraag of iemand een zaak in bezit heeft genomen, is bepalend of hij de feitelijke macht over die zaak is gaan uitoefenen (artikel 3:113 lid 1 BW). Indien de zaak in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor inbezitneming onvoldoende (artikel 3:113 lid 2 BW). De machtsuitoefening moet derhalve zodanig zijn dat deze naar verkeersopvattingen het bezit van de oorspronkelijke bezitter teniet doet (HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2743). Dit is een kwestie van feitelijke aard. De rol van de verkeersopvattingen brengt mee dat bij de aan de orde zijnde vraag de aard en de bestemming van het betrokken goed in aanmerking moeten worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb83d85a6bc20108e960dc760340aa09bc443544c011418cdda353c25a8e1268. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb83d85a6bc20108e960dc760340aa09bc443544c011418cdda353c25a8e1268, en de alinea staat in dat document op bytes 19689 tot 20822.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb83d85a6bc20108e960dc760340aa09bc443544c011418cdda353c25a8e1268 | shasum -a 256