Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020

Onder 4.9.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:13.

[geïntimeerde] heeft, mede gelet op het bovenstaande, voldoende aannemelijk gemaakt dat hij heeft kunnen bepalen dat de informatie betreffende door [de cliént] gestorte gelden op de derdengeldenrekening onder zijn (voortdurende) geheimhoudingsverplichting en dus verschoningsrecht valt. Het beroep van [geïntimeerde] op zijn geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht kan de marginale toets in deze procedure doorstaan, waarbij wordt meegewogen dat is gesteld noch gebleken dat de Belastingdienst voldoende diepgaand onderzoek heeft gedaan naar de juistheid van de stelling van [de cliént] dat met de gelden, kort gezegd, betalingen zijn verricht om executieveilingen te voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b, en de alinea staat in dat document op bytes 21613 tot 22381.