Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020

Onder 3.7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:13.

( e) Kamerstukken II, 1988-1989, 21287, nr. 5, p. 26 (inleidende dagvaarding, 10.3; grieven, 3.9): “Ik neem hierbij in aanmerking dat in de rechtspraak ten aanzien van de beoefenaars van de zogenaamde vertrouwensberoepen, zoals bij voorbeeld de notaris, is uitgemaakt dat hun verschoningsrecht als getuige slechts geldt voor zover het desbetreffende gegeven aan hen is toevertrouwd in het kader van de uitoefening van hun beroep. Daaraan kan de conclusie worden verbonden dat a fortiori buiten geding, bijvoorbeeld in het door deze leden ter sprake gebrachte geval van een oneigenlijk beroep op een plicht tot geheimhouding van de in artikel 53a genoemde beoefenaren van vertrouwensberoepen tegenover de fiscus, wanneer deze beroepsbeoefenaar optreedt op een ander gebied, bij voorbeeld als bewaarder van financiële stukken, enveloppen, of iets dergelijks, de inzage in boeken of bescheiden of inbeslagneming daarvan niet kan worden tegengegaan met een beroep op zijn plicht tot geheimhouding.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b, en de alinea staat in dat document op bytes 32540 tot 33587.