Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020

Onder 3.12. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:13.

[geintimeerden c.s.] heeft tegen deze achtergrond voorshands niet voldoende toegelicht dat en waarom in zoverre ( [geintimeerden c.s.] in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat) ten aanzien van het gestorte bedrag sprake is van informatie die hem in de hoedanigheid van vertrouwensman is toevertrouwd, direct te relateren is aan een door hem behandelde zaak en daarom geheim moet blijven. [geintimeerden c.s.] heeft immers geen nadere uitleg gegeven over de reden voor de storting(en), noch betwist dat de gestorte gelden of delen daarvan nog steeds op de derdengeldenrekening van de Stichting staan. Dat had op zijn weg gelegen. De Belastingdienst heeft immers gewezen op het onweersproken feit dat de gelden, anders dan de Voorzieningenrechter in eerste aanleg heeft aangenomen, niet zijn gebruikt ter voorkoming van de executieveilingen. Bij deze stand van zaken heeft de Belastingdienst voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat [geintimeerden c.s.] de middelen voor onbepaalde tijd bewaart of onder zich houdt en dat deze middelen niet functioneel zijn voor een door [geïntimeerde] als advocaat behandelde zaak. Dit geldt te meer in het licht van de onweersproken gestelde herkomst van de middelen (een bankrekening in Luxemburg, een land dat een bankgeheim kende) en de ook in dit geding onopgehelderde onregelmatigheid waarop de Belastingdienst heeft gewezen met betrekking tot de verklaring van [geïntimeerde] namens [de cliént] in andere procedures luidende dat zij geen middelen had (zie onder 3.8 hiervoor). [geïntimeerde] heeft daarbij in rechte geen openheid van zaken gegeven over de stand van de derdengeldenrekening. [geintimeerden c.s.] is daar bij gelegenheid van het gehouden pleidooi verder ook niet op ingegaan. Daar komt bij dat de stand van het saldo per 1 januari van een bepaald jaar een puur feitelijk gegeven is, waaraan niet valt te ontlenen welke motieven aan eventuele mutaties daarvan ten grondslag hebben gelegen. Het beroep van [geintimeerden c.s.] op zijn geheimhoudingsplicht en zijn verschoningsrecht is gelet op het voorgaande voor wat betreft de saldi van de storting en de stand van de saldi per 1 januari van de belastingjaren vanaf 2010 voorshands onvoldoende gemotiveerd. Het hof verwerpt dit beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b, en de alinea staat in dat document op bytes 40535 tot 42808.