Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020
Onder 3.14. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:13.
De situatie is evenwel naar het oordeel van het hof – in dit stadium – anders voor zover het gaat om de eventuele bestemming van middelen die [geintimeerden c.s.] mogelijk niet langer onder zich heeft (“de betalingen die met de op de derdengeldrekening gestorte gelden zijn verricht” in de formulering van de Belastingdienst, 3.1 j hiervoor). Voor zover hiervan betalingen hebben plaatsgevonden, kunnen die, naar voorshands moet worden aangenomen, berusten op één of meer daartoe door [de cliént] aan [geïntimeerde] en/of de stichting verstrekte opdrachten. Voorshands is het hof van oordeel dat hetgeen in dat verband tussen [geïntimeerde] en [de cliént] is besproken valt binnen de vertrouwenssfeer van [geïntimeerde] beroep van advocaat. In elk geval kan aan hetgeen de Belastingdienst heeft aangevoerd niet worden ontleend dat buiten redelijke twijfel staat dat dat niet het geval is. Het is aan [geïntimeerde] om te boordelen of dat het geval is en, zo ja, of hij zijn geheimhoudingsplicht schendt wanneer hij desondanks de verlangde informatie aan de Belastingdienst verstrekt. De gevorderde voorziening ten aanzien van deze informatie komt het hof in zoverre in dit stadium prematuur voor. Het hof zal het gevorderde met betrekking tot de besteding van eventueel betaalde bedragen daarom afwijzen. Indien na dit arrest (uit de antwoorden van [geintimeerden c.s.] op grond van na te melden bevel) blijkt dat dergelijke betalingen niet hebben plaatsgevonden, heeft de Belastingdienst geen belang bij een bevel in zoverre. Indien (uit die antwoorden) blijkt dat dergelijke betalingen wel hebben plaatsgevonden, kan de Belastingdienst nadere vragen stellen aan [geintimeerden c.s.] en zo nodig opnieuw een voorziening in rechte vorderen, met dien verstande dat de Belastingdienst in dat geval feiten en omstandigheden zal moeten aanvoeren die het oordeel rechtvaardigen dat buiten redelijke twijfel staat dat de verlangde informatie niet valt binnen de vertrouwenssfeer die de relatie tussen [de cliént] en [geïntimeerde] als advocaat beheerst. In zoverre falen de grieven en moet het gevorderde worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b, en de alinea staat in dat document op bytes 43533 tot 45680.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb791ce3dc633c9bb6d8d1d4bf3a2041ccdf9f10bd69fcf13bcbe5c4ac4e620b | shasum -a 256