Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 januari 2020

Onder 4.16. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 januari 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:171.

[appellant] heeft ook nog schadevergoeding gevorderd wegens het gemis van onstoffelijk voordeel (kort gezegd het gemis van het genot van het schilderij). [appellant] betoogt dat deze gestelde schade (ook) toegerekend moet worden aan het misbruik van procesrecht door [geïntimeerde] . Deze vordering ontbeert feitelijke grondslag: reeds in de dagvaarding van 21 augustus 2003 vermeldde [appellant] dat hij kort na het faillissement van de bv van [de kunsthandelaar] op 10 december 2002 de [de schilder 1] , die zich toen nog bij hem bevond, “ in een transactie aan een derde [heeft] overgedragen. ” Enig gemis van genot van het schilderij – zo daar al sprake zou zijn van vermogensschade – is dus niet het gevolg geweest van handelen van [geïntimeerde] . Alleen al daarom moet dit deel van de gevorderde schadevergoeding als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fa5d3c9b2177e0fcdc4942dbdc487dce9a4637735d7501ab38ccded6dbba93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fa5d3c9b2177e0fcdc4942dbdc487dce9a4637735d7501ab38ccded6dbba93, en de alinea staat in dat document op bytes 37862 tot 38827.