Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Onder 3.8.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2940.

Evenmin juist is dat de rechter nog een belangenafweging in het concrete geval zou moeten uitvoeren om na te gaan of het door art. 67 AWR gediende belang wel zwaarder weegt dan het belang van de waarheidsvinding. De tekst van de wet biedt daarvoor geen ruimte en het systeem evenmin, omdat blijkens het tweede lid van genoemde bepaling de minister van financiën de geheimhoudingsplicht in een concreet geval kan opheffen. De afweging van de betrokken belangen is dus voorbehouden aan een ander dan de rechter. Dat maakt het verschoningsrecht in zekere zin absoluut en kan bewijsnood opleveren wanneer juist een rapport van de belastingdienst als bewijsmiddel wordt gebruikt. Met die omstandigheid moet de rechter dan bij de waardering van het tegenbewijs rekening houden. En verder kan na- (p. 266) tuurlijk geprobeerd worden om de minister van financiën via de rechter te dwingen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423, en de alinea staat in dat document op bytes 83089 tot 84121.